Parel-Top

Leerproces

Een mens leert ongeveer:
* 10 procent door wat hij hoort,   
* 30 procent door wat hij hoort en ziet,   
* 40 procent door wat hij hoort, ziet en doet.

Je kunt het ze wel honderd keer vertellen, maar ze leren het ook nooit! Deze verzuchting heeft iedereen wel eens geslaakt. Iedere vader enmoeder, elke onderwijzer weet dat het waar is dat kinderen niet alleen leren door te luisteren. Er komt meer bij kijken.

Om u op weg te helpen met het maken van een leerplan hebben wij een document gemaakt met suggesties voor een meerjarenplan.
Meerjarenplan downloaden

leerproces_nieuwHet is belangrijk dat de kinderen, naast het passieve luisteren, ook de gelegenheid krijgen actief deel te nemen aan het leerproces. De wijze leraar leidt zijn leerling in persoonlijk onderzoek en het ontdekken van de principes van Gods woord. De Here Jezus - de Leraar bij uitstek- gaf ons daarin het voorbeeld. Hij wist door Zijn opmerkelijke manier van vragen stellen, de mensen aan het denken te zetten, ze er actief bij te betrekken. Leren houdt meer in dan de overdracht van een seriefeiten van de onderwijzer naar de leerling. Leren is een proces. Het begint met luisteren en eindigt met in praktijk brengen.
In de gelijkenis van de wijze en de dwaze man uit Mattheüs 7:24-27 hoorden beide mannen de woorden van de Here Jezus. Ze luisterden alle twee. De wijze man voerde de woorden van Jezus uit; hij hoorde en deed.Hij had echt geleerd. De dwaas echter hoorde en daar bleef het bij. De woorden van Jezus bereikten alleen zijn oor en niet zijn hart en handen. Hij bracht ze niet in praktijk.

Het is de bedoeling dat de kinderen ‘wijs’ worden. Dat zij wat zij horen, zullen toepassen in hun leven. Dan pas heeft het kind echt geleerd en is er echt onderwezen.

Het leerproces is onder te verdelen
in vijf stappen:
(Klik op de genoemde punten voor meer informatie)

1. Onderzoeken

Als ze echter alleen maar volgepropt worden en daarmee uit, dan leren de kinderen niet echt. Ze moeten de gelegenheid krijgen zelf actief bezig te zijn; iets wat ze nog niet kennen van alle kanten bekijken en onderzoeken. Ze moeten hun energie kwijt kunnen en er persoonlijk bij betrokken zijn. Door zelf te onderzoeken kunnen kinderen bepaalde waarheden ontdekken, die op een andere wijze, door de vertelling bijvoorbeeld, lang niet zo goed zouden overkomen.
In deze lesboeken worden ideeën aangereikt voor activiteiten die kinderen op speelse wijze aan het werk zetten om feiten en informatie over een bepaald onderwerp te vinden. Zelf onderzoeken is de tweede fase van het leerproces.

2. Luisteren

Luisteren is vanouds het hoofdbestanddeel geweest in het onderricht. Kinderen moeten luisteren als het Evangelie verteld wordt. En dat niet alleen. Het wordt hen ook nog uitgelegd en alle moeilijkheden erin verklaard en de toepassing er kant en klaar bij gegeven.

Tegenwoordig speelt luisteren lang zo’n grote rol niet meer als vroeger. Kinderen komen al heel vroeg met allerlei vormen van audiovisuele communicatie in aanraking. Luisteren alléén zal hen sneller vervelen. Toch kan goed bijbelonderricht onmogelijk zonder luisteren. Romeinen 10:17 zegt: “Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus.”

De kracht van het ‘gehoorde’ woord moet niet worden onderschat. Aandachtig luisteren is essentieel. Luisteren is het startpunt in het leerproces.

3. Ontdekken

Na het luisteren en het onderzoeken komt het moment dat het kind zelf de betekenis van een bijbelverhaal of het antwoord op een probleem vindt. Er gaat een lichtje op. Hij ziet het! Hij ontdekt! In de didactiek noemt men dit wel een ‘Aha-Erlebnis’. Dit is een belangrijk moment. Iets wat zelf ontdekt wordt, heeft bijzondere waarde en zal niet snel worden vergeten. Het gebeurt echter vaak dat alléén - in zijn tijd van voorbereiding- ‘ontdekkingen doet. Hoe enthousiast hij die ook zal doorvertellen aan zijn leerlingen, door zelf te ontdekken, zal het kind meer leren! Het is daarom belangrijk in de les ruimte te scheppen voor ‘onderzoeken’, zodat de kinderen de geweldige ervaring van zelf iets te ontdekken ook kunnen beleven. Het vereist misschien meer van de onderwijzer, maar de resultaten zullen er ook naar zijn.

4. Verwerken

Het persoonlijk verwerken van de bijbelles is een belangrijk stadium in het leerproces. In de psychologie staat het vast dat vooral dingen die door iemand persoonlijk zijn ontdekt en verwerkt, wezenlijk van invloed kunnen zijn op iemands gedrag. Zodra het kind de betekenis van een bepaald bijbelverhaal heeft ontdekt, moet het dit vervolgens leren toepassen in zijn eigen situatie. Het moet duidelijk worden dat de bijbel iets te zeggen heeft, niet alleen voor de tijd waarin het geschreven is, maar ook voor de tijd van nu.

In 2 Timotheüs 3:16 staat dat elk van God ingegeven schriftwoord ook nuttig is om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

Het woord van God vraagt om een keuze; het moet aanvaard worden in het denken van het kind; het moet worden opgenomen in zijn hart.

U kunt ze daarbij helpen door ze bijvoorbeeld vragen te laten beantwoorden of een test te laten invullen. Ook kunt U ze in kleine groepjes laten uitwisselen wat er geleerd is. Of een probleem op tafel leggen, zonder de oplossing er bij te geven. Wees hierin inventief en creatief! Als een kind ziet wat hij van een les kan toepassen in de gebeurtenissen van alledag, is hij niet ver meer van de laatste fase van het leerproces.

5. Toepassen

Leren is meer dan het aanhoren van mooie ideeën. Het is de integratie van die ideeën in de persoonlijkheid.toepassen De bijbellessen moeten als doel hebben dat de leerlingen geestelijk veranderen. In praktijk brengen is de kroon op het leerproces. Het is de plaats waar Gods principes, het denken en het gedrag van het kind veranderen en vormen. Als de kinderen begrijpen dat ze iets moeten doen of laten op grond van wat ze gehoord hebben en de verantwoordelijkheid die dit op hen legt, accepteren (op hun eigen wijze), dán pas heeft het kind echt geleerd wat de onderwijzer d.m.v. de les duidelijk wilde maken uit Gods woord.

Wat is het verschil tussen het meer van Galilea en de Dode Zee?

Het meer van Galilea zit vol vis. In de Dode Zee zie je er niet één Er is zelfs geen leven voor dieren mogelijk. Hoe komt dat?

Bij het meer van Galilea stroomt het water van de Jordaan er aan de ene kant in, maar kan er ook aan de andere kant weer uit, zodat er steeds helder en fris water is, waarin het voor vissen goed toeven is. In de Dode Zee stroomt het water er wel in, maar er is geen enkele mogelijkheid om er aan de andere kant weer uit te stromen. Het water staat stil en daarom is er geen leven mogelijk.

Dat gebeurt ook als het kind wel informatie en verhalen ‘ingegoten’ krijgt, maar niet de mogelijkheid krijgt het toe te passen, het door zich heen te laten gaan en ernaar te leven. Als het kind door de verwerking van de stof, komt tot het in praktijk brengen van het gehoorde, dan is het resultaat wijsheid. Kennis op zich maakt opgeblazen (1 Cor.8:1), maar door wijsheid wordt een huis gebouwd (Spr.24:3).

end faq

Tot slot
Kinderen leren het beste als ze lichamelijk en intellectueel in actie zijn. U vindt daarom in dit lesboek een grote variatie aan bijbelleeractiviteiten (soms gewoon activiteit of verwerking genoemd). Elk heeft een directe relatie met de les. Dat is belangrijk.

Activiteiten die op geen enkele wijze verband houden met het verhaal, missen hun doel. Zomaar wat handenarbeid doen is geen onderdeel van het leren kennen van Gods woord.

In de boeken is elk punt van de les gericht op het bereiken van het doel van die les. Houdt dat doel tijdens het lesgeven constant voor ogen.

Er zijn verschillende soorten bijbelleeractiviteiten:

1. Activiteiten die de belangstelling voor de les opwekken.
2. Activiteiten waardoor feiten en informatie verzameld worden.
3. Activiteiten die de kinderen helpen zich te uiten door woorden of creatieve
   bezigheid.